projecten > het vergeten bombardement > samenvatting feiten
ontwerp + realisatie: IDOS grafische vormgeving 
PROJECTMENU:
Korte samenvatting van de feiten
Op woensdag 31 maart 1943 vertrok een grote groep van meer dan 100 Amerikaanse bommenwerpers vanuit Engeland voor een missie boven Nederland. Doelwitten waren de haveninstallaties rond Rotterdam, met name de werf van Wilton-Fijenoord. Zoals wel vaker werd de onderneming sterk gehinderd door het onberekenbare weer boven de Noordzee. Twee B-17 bommenwerpers botsten boven zee op elkaar en stortten neer, een ander vliegtuig raakte volledig uit koers en verschillende eenheden (Bomber Groups) besloten wegens het slechte zicht hun missie af te breken. Uiteindelijk zouden maar twee Bomber Groups (33 toestellen) het doel bereiken. De bemanningen besloten hun bommenlast af te werpen; ze waren ervan overtuigd dat het zicht boven de Waterweg en het havengebied voldoende aanknopingspunten bood.

De geschetste samenloop van ongunstige omstandigheden (moeilijke navigatie, verminderd zicht, betrekkelijk hoge aanvliegroute) met een sterke wind aan de grond als doorslaggevende factor, leidde ertoe dat ongeveer 70 zware brisantbommen van 303BomberGroup, bestaande uit 17 toestellen, terecht kwamen op een Rotterdamse woonwijk, aan te duiden als Bospolder-Tussendijken. Het betrof de toegang tot Rotterdam-West, direct na het drukke Marconiplein. Tussen bedrijvige en dichtbevolkte straten als Schiedamsche Weg, Mathenesserweg en Hudsonstraat werden vrijwel alle huizen totaal verwoest of raakten zwaar beschadigd. De ravage was enorm. Branden konden niet direct geblust worden door een tekort aan water; de hulpverlening had door de paniek en de chaos weinig structuur.

Uiteindelijk bleek dat een groot deel van genoemde wijk (18 hectare, 3200 woningen en bedrijfspanden) was verwoest. Vooral de door de wind sterk aangewakkerde branden hadden veel slachtoffers gemaakt. De doden en gewonden werden naar de Rotterdamse ziekenhuizen en naar de centrale begraafplaats Crooswijk gebracht en een grootscheepse hulpactie werd gestart. Ruim 400 Rotterdammers kwamen om, bijna honderd slachtoffers konden niet direct worden geïdentificeerd. Honderden gewonden en meer dan 16.500 daklozen moesten in de toch al moeilijke oorlogsomstandigheden worden opgevangen. Naast het grote bombardement van 14 mei 1940 vormde dit vergissingsbombardement de meest omvangrijke tragedie op Rotterdams grondgebied.